Bepalingen voor koelinstallaties met ozonafbrekende stoffen en/of gefluoreerde broeikasgassen

Sinds 1 januari 2015 wordt voor installaties met gefluoreerde broeikasgassen de frequentie van de lekdichtheidscontroles anders bepaald (voorgaand werd gekeken naar de nominale koelmiddelinhoud). Nu wordt de frequentie bepaald aan de hand van het aantal ton CO2-equivalent.


Bedrijven dienen verplicht te werken met gecertificeerd personeel bij installaties met een koelmiddelinhoud van ≥ 5 ton CO2-equivalent.

Het CO2-equivalent wordt berekend door de koelmiddelinhoud te vermenigvuldigen met de GWP-waarde van het aanwezige koelmiddel.

Frequentie van de lekdichtheidscontroles worden als volgt bepaald :
≥ 5 ton CO2-equivalent < 50 ton CO2-equivalent => om de 12 maanden
≥ 50 ton CO2-equivalent en < 500 ton CO2-equivalent => om de 6 maanden
≥ 500 ton CO2-equivalent => om de 3 maanden

 

Lekverliezen :

  • Maximaal 5% lekverlies per jaar
  • Bij lekverlies dient er binnen de 14 dagen maatregelen genomen te worden. Er dient een controle na herstelling uitgevoerd te worden binnen een maand na de herstelling.
  • Bij >10% lekverlies gedurende 2 opeenvolgende kalenderjaren dient er binnen de 14 dagen een melding aan Milieu-Inspectie gedaan te worden en zal de installatie binnen de 12 maanden buiten bedrijf moeten gesteld worden (tenzij afwijking verkregen door Milieu-Inspectie)
  • Bij installaties met een koelmiddelinhoud van >30kg en lekverlies >100% : melding binnen 14 dagen aan Milieu-Inspectie

 

© Kixx | cms Browsbox